Bedrijven kennen een dergelijk ritueel meerdere malen per jaar, waar in elk ‘normaal’ jaar op zijn minst vier ‘internetjaren’ heten te gaan. Tijd vliegt versneld voorbij, jaarbeleid worden kwartaalcijfers, werken heet topsport en om te overleven moet regelmatig een cultuuromslag plaatsvinden. Aldus ontstaat een verkort tijdsperspectief voor mens en organisatie: veel (over)morgen en weinig (eer)gisteren.
Tijd en productiviteit vormen een onafscheidelijk duo in deze tempocratie, ook wel het TFU-syndroom genoemd: het maximaliseren van het aantal te facturen uren. De lopende band van vroeger heeft in de loop der tijd plaatsgemaakt voor een meervoudige keten van informatie, goederen en mensen. De mens is geboeid door ketens, vgl. termen als patiëntenlogistiek, ‘cataract-straat voor staaroperaties, datanetwerk in een bedrijf of departement en ‘Toyotisering’ van de bancaire sector.
Bus, trein en auto, maar ook horeca, concertzaal en museum transformeerden zich tot mobiele belhuizen om stand-by te zijn. Werk, locatie en arbeidstijd kunnen weliswaar gescheiden zijn, maar de band tussen tijd en productiviteit blijft TFU intact. Men moet zowel fysiek als geestelijk stand by zijn, maar ook rekening houden met storingen of vernieuwingen ‘ergens’ in de keten. Deze meervoudige keten heeft niet zelden de kenmerken gekregen van de Nederlandse Spoorwegen: je hoopt dat de vertraging op tijd is.
Er wordt veel over de vrijetijdsmaatschappij gesproken, waarmee bedoeld wordt dat de arbeidstijd afneemt en de vrije tijd toeneemt. Daarbij wordt het fenomeen hersteltijd vrijwel altijd overgeslagen, dat is de tijd die men nodig heeft binnen en buiten het werk om ‘bij de komen’. De ketengebondenheid heeft er toe geleid dat er binnen het werk vrijwel geen herstel meer plaatsvindt, ondanks de bedrijfsfitnessruimtes. Hersteltijd, in de sport ‘recovery time’ genoemd, wordt tijdens het werk als iiproductief zijnde geëlimineerd en uitbesteed aan de zogeheten vrije tijd. Gevolg, daardoor neemt maatschappelijk gezien niet de arbeidsvrije tijd toe, maar de hersteltijd ten koste van de vrije tijd. Herstel wordt als stilstand gezien en daarmee als achteruitgang, terwijl herstelmogelijkheden in het werk juist ‘blessures’ zoals chronische vermoeidheid en burn-out voorkomen, alsmede creativiteitverhogend werken. Het TFU-syndroom leidt er vaak toe dat men wil voorkomen de indruk te wekken ‘niets te doen te hebben’, waardoor juist overbodige handelingen en activiteiten ontstaan die in feite ketenverstorend werken.
Mijn time-proof advies: kijk regelmatig weg, fysiek of virtueel, neem je tijd en ‘recovery is coming’.





