Rita (alleen de voornaam, net als Pim) was op oneigenlijke gronden lid van de or geworden. De club was erachter gekomen dat zij eigenlijk voor haar eigen koers wilde gaan, in plaats van voor alle werknemers. En dat was niet de afspraak. De voorzitter, een echte teamplayer en een keurige vent, was er bepaald ontdaan door. Na diverse pogingen tot verzoening en waarschuwingen aan het adres van Rita, had hij met voor hem ongewone fermheid besloten haar uit de raad de zetten. Typisch artikel 13 gevalletje, had hij quasi nonchalant gezegd.
Maar ja, een populair or-lid, op handen gedragen door de mensen die haar hadden gekozen, nota bene met meer stemmen dan de voorzitter, die dat ook maar geworden was, dankzij de rest van de or: dat gaat zomaar niet. Hij had haar wel 100 keer uitgelegd dat volgens de Wet de ondernemingsraad uit haar midden een voorzitter kiest en dat je geen voorzitter wordt omdat je de meeste stemmen hebt gekregen. Met de haar bekende kordaatheid had ze hem alle honderd keren afgeserveerd en hem verteld dat hij geen verstand had van democratie.
Enfin, u begrijpt, ik was aan de buis gekluisterd. Hier ontrolde zich op onze nationale televisie een drama dat zich in Nederland vaker voordoet. In breedbeeld werd zichtbaar, hoe moeilijk het eigenlijk is voor een ondernemingsraad om goed te functioneren en ook, dat voorzitters soms helemaal niet benijden zijn. En dat al te ambitieuze or-leden die de groep uit het oog verliezen, de zaak aardig kunnen verstieren, ook al hebben ze ogenschijnlijk de getallen en in andere gevallen misschien zelfs wel het gelijk aan hun zijde.
Zo op de zaterdagse bank heb ik weer eens mogen bedenken dat ik een machtig mooi vak heb.






