Dit is het gevoel dat competentieprofielen bij mij opwekken. Een competentieprofiel is een lijst met eigenschappen die ‘vereist’ zijn voor een medewerker op een bepaalde plek. Dit soort profielen worden vaak opgemaakt door de p&o-afdeling om te bepalen wat voor medewerker wordt gezocht. Echter ook binnen or-land word het werken met competenties steeds populairder om het juiste or-team te vormen.
Competentie-overzichten kunnen zeer nuttig zijn. Ik zie echter ook een aantal nadelen. Zo gaat het competentiedenken altijd uit van ‘pas de mens aan, aan de functie’ en nooit om ‘pas de functie aan, aan de mens’. Een ander probleem is dat het wensenlijstje (net zoals vroeger bij Sinterklaas) wel eens de neiging heeft om maar door te blijven groeien. Hoe langer je blijft nadenken, hoe meer competenties je bedenkt ‘die ook wel heel erg handig zouden zijn’.
De werkelijkheid is echter anders. De perfecte werknemer moet nog geboren worden en de persoon die naadloos past bij het omschreven profiel is vaak niet te vinden (het schaap met 5 poten-syndroom). Bovendien zijn goede en negatieve eigenschappen vaak met elkaar gelinkt. Nauwkeurigheid en detaillisme zijn bijvoorbeeld twee kanten van dezelfde medaille. Een bekende auteur (Hofman) noemde dit de “kwaliteit en haar vervorming”. De vervorming is de negatieve eigenschap die bij een positieve eigenschap (kwaliteit) hoort. Het voordeel van dit systeem is dat een keuze voor een bepaalde kwaliteit (positief) dus ook impliceert dat er voor een bepaalde vervorming (negatief) wordt gekozen. Het kiezen van gewenste kwaliteiten is dan ook meer dan een wensenlijstje. Het is een afweging tussen positieve en minder positieve eigenschappen.
Kortom wie er vanuit gaat dat mensen zowel goede als negatieve kanten hebben, selecteert niet zozeer op competenties als wel op kwaliteiten en vervormingen.





