Een werkneemster bij een manege komt tijdens het uitmesten van de stallen ten val en raakt volledig arbeidsongeschikt. Zij houdt de manege aansprakelijk voor de door haar geleden schade. Die ontkent dat zij gehouden is enige schade aan haar te vergoeden.
De kantonrechter heeft de vorderingen van de werkneemster afgewezen. De werkneemster besluit haar recht hogerop te zoeken bij het hof. Uitgangspunt daarbij is dat de werkneemster moet bewijzen dat zij schade heeft geleden tijdens de uitvoering van haar werkzaamheden. Daartoe stelt zij het volgende.
Achterovergevallen tijdens uitmesten van de stal
Op 30 oktober 2019 is de werkneemster met een riek paardenmest van de zijwanden van de stallen naar binnen aan het scheppen. Tijdens deze bezigheden is zij achterovergevallen, waarbij zij zich met haar linkerhand heeft opgevangen.
Een collega heeft haar zien vallen en haar gevraagd of het ging (of woorden van gelijke strekking). Daarop heeft de werkneemster geantwoord dat het wel ging (of woorden van gelijke strekking) en haar werkzaamheden, met pijn, afgerond. Dezelfde middag is ze naar haar eigen paard gegaan die in een andere pensionstal stond.
De volgende dag waren er twee bulten op haar pols zichtbaar. Zij heeft zich toen via een Whatsappbericht ziekgemeld. Daarin heeft zij laten weten dat zij letsel heeft opgelopen na de val in de stal en om die reden een afspraak bij de huisarts heeft gemaakt.
Na operatie volledig afgekeurd wegens CRPS
De werkneemster ondergaat een operatie aan haar pols. Daarna is uiteindelijk de diagnose Complex Regionaal Pijn Syndroom (CRPS) gesteld. Zij heeft aanhoudende pijn aan haar pols, geduid als TFFC (Triangular Fibrocartilage Complex), passend bij CRPS.
Verder kampt zij met slaapproblemen en sombere gedachten die invloed hebben op sociaal vlak en haar participatie in de maatschappij. Het UWV heeft haar voor 100 procent afgekeurd. Als gevolg daarvan ontvangt zij sinds oktober 2021 een WIA-uitkering.
Werkgever: val van eigen paard oorzaak letsel
De manege (hierna: de werkgever) betwist dat de schade het gevolg is van de val in de stal van de manege. Haar naaste collega heeft de val niet gezien en die ochtend zelf ook niets aan haar gemerkt. De werkneemster heeft ook na de gestelde val doorgewerkt, waarbij ze nog handmatige, fysiek zware werkzaamheden heeft verricht. Dat was na een dergelijke val niet meer mogelijk geweest, aldus de werkgever. Volgens de werkgever is het letsel van de werkneemster veroorzaakt door een val van haar paard, dezelfde middag in een andere manege.
Is hier nu sprake van een arbeidsongeval of niet?
Het hof moet beoordelen of de werkneemster schade heeft geleden in de uitoefening van haar werkzaamheden. En zo ja, of de werkgever de op hem rustende zorgplicht is nagekomen. Volgens het hof heeft de werkneemster voldoende aangetoond dat zij schade heeft geleden tijdens haar werk. Het hof vindt de betwisting daarvan door de manegehouder onvoldoende.
Maar is de werkgever ook tekortgeschoten in de op hem rustende zorgplicht? Daarvoor is van belang of hij voor het verrichten van deze specifieke werkzaamheden zodanige maatregelen heeft getroffen en aanwijzingen heeft gegeven als redelijkerwijs nodig waren. Dat wil zeggen: nodig om te voorkomen dat de werkneemster in de uitoefening hiervan schade zou lijden als gevolg van uitglijden over een natte en vuile laag stroresten.
In RI&E staat niets over schoonmaakwerkzaamheden
De werkgever heeft medio 2019 een risico-inventarisatie laten maken. Daarin is echter niets opgenomen over schoonmaakwerkzaamheden in de stallen. Ten onrechte, want deze schoonmaakwerkzaamheden behoren immers uitdrukkelijk tot het takenpakket van de medewerkers. Het maakt daarbij niet uit dat deze werkzaamheden eenvoudig van aard zijn.
Daarnaast blijken de door de manege verstrekte veiligheidsschoenen ongeschikt voor uitmestwerkzaamheden.
Al met al komt het hof tot de conclusie dat de werkgever onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld waaruit volgt dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Het hof stelt de werkgever aansprakelijk voor de door de werkneemster geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade.
Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30 januari 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:758

















