In feite is de nieuwe energiehub niet meer dan een gezamenlijke contractafspraak met Liander, met gebruik van bestaande infrastructuur. Toch wordt het een gedenkwaardig moment, want gerealiseerde groepscontracten zijn nog schaars en de genomen beslissingen relevant om van te leren voor opschaling. Wat maakte dat het groepscontract hier van de grond kwam? En welke technische, juridische en financiële hobbels zijn er overwonnen tussen partijen? Marc Leeuw van Oost NL en projectregisseur Rutger Beekman delen hun inzichten graag met derden, want “we zijn samen verantwoordelijk voor het optuigen van een ander energienet in Nederland.”
Oost NL verzorgt het programmamanagement voor Smart Energy Hubs Oost-Nederland. Dit netwerk realiseert energiehubs op meer dan tien locaties, die ieder hun eigen dynamiek hebben. Een uitdaging voor A1 Bedrijvenpark Deventer is dat de gemeente in Overijssel ligt, maar ook in Liander gebied (overwegend Gelderland). Samenwerking reikt daarom tot op provincieniveau. Op de dag van verkoop van de kavels op het bedrijventerrein die de gemeente duurzaam wilde gaan ontwikkelen, gaf Tennet netcongestie af voor dit gebied. Dat betekende géén nieuwe grootverbruik aansluitingen voor de nieuwe nog uit te geven kavels. De gemeente was in het kader van duurzaamheidsambities al scenario´s voor collectieve energieoplossingen aan het verkennen. De aankondiging van de netcongestie maakte dit in één klap concreet en urgent.
Daar kwam bij dat een van de geselecteerde kopers, machinefabriek Geurtsen, uit de binnenstad zou vertrekken en daar een locatie achterliet voor herontwikkeling tot woningbouw. Er waren dus meerdere partijen die er echt belang bij hadden dat de aansluiting voor grootverbruik op het bedrijventerrein er zou komen. “We hadden al snel door dat een energiehub geen technologische oplossing is, maar een kwestie van teamwork en afspraken”, vertelt Leeuw. Omdat energie niet de core business is van overheid en ondernemers, werd er een projectregisseur aangesteld om de kar te trekken in het projectteam. Inmiddels zijn er acht regisseurs actief op verschillende locaties, die ook samenwerken en kennis delen.
Toekomstige energieprofielen
Stap één voor het realiseren van de Smart Energy Hub A1 was een inventarisatie van de toekomstige energieprofielen van Geurtsen, Dijkham Bouw en F. vd Vooren Medicijn Groothandel. "Alleen daarmee weet je welk probleem er precies speelt”, vertelt Beekman. Want niet alle onrust bij netcongestie is per se een probleem. Soms ligt er een oplossing in het plaatsen van een batterij of in het aanpassen van de bedrijfsvoering. En dat hoeft weer niet altijd impact te hebben op machines of personeel, maar kan gaan om laadpalen op een slimme regeling zetten of pieken in het profiel bijwerken.
Data laten zien wat de werkelijke uitdaging is. Daarbij gelden niet de meetdata, maar de verwachte energieprofielen in de toekomst. Komen er straks bijvoorbeeld een tweede productielijn of elektrische busjes bij? Hoe kun je die vraag dan opvangen? Dat waren vraagstukken die gedurende het proces veranderden en de mogelijke oplossing beïnvloedden. De partijen onderzochten samen een reeks collectieve oplossingen, zoals het inzetten van assets. De GTO kwam als beste uit de bus.
Afhankelijk van buren
Een GTO geeft partijen de mogelijkheid om meer transportvermogen te gebruiken dan iedereen individueel heeft gecontracteerd, zolang de groep als geheel binnen een bepaald afgesproken vermogen blijft. Het gaat dus niet om een simpele optelsom van bestaande individuele transportvermogens. Dat betekent dat een partij in een GTO minder vermogen kan krijgen dan voorheen, maar daar kunnen voordelen tegenover staan zoals een beter toekomstperspectief of kostenreductie.
Tegelijkertijd hebben sommige bedrijven juist méér vermogen nodig, wat een grotere uitdaging vormt. Zulke scenario’s moet je open en eerlijk met elkaar bespreken en daarover onderhandelen. Leeuw: “Een energiehub is zeker geen quick win tegen netcongestie. Een GTO is slechts een contract op hoofdlijnen met de netbeheerder. Je spreekt bijvoorbeeld af om samen niet boven een bepaalde limiet uit te komen. Hoe je dat vervolgens organiseert, hangt af van onderlinge afspraken over de bedrijfsvoering tussen de deelnemende bedrijven. Je vormt samen één entiteit en wordt voor de energievoorziening deels afhankelijk van je buren.”
Energie onlosmakelijk onderdeel bedrijfsvoering
Samen onderhandelen kunnen ondernemers prima, is de ervaring van Beekman. Ook op het terrein van energievoorziening, zolang maar voldoende inzichtelijk is waaróm. Dat energie een steeds belangrijkere rol gaat spelen in de bedrijfsvoering is volgens de projectregisseur onvermijdelijk. “Tot een paar jaar geleden keken ondernemers bij wijze van spreken alleen naar de jaarlijkse energierekening en hadden ze geen contact met hun netbeheerder. Tegenwoordig moeten ze zich, of ze dat nu willen of niet, ook bezighouden met hun energieprofiel. Mogen je processen nog wel op gas draaien? Kom je zonder elektrische busjes nog wel de binnenstad in? Dat moet je als ondernemer scherp hebben, want het is de toekomst van je onderneming. Energie is veel meer dan een kostenpost.”
Pijnpunten faciliteren
Liander wilde één aanspreekpunt waarvoor een coöperatie werd opgericht. Dat is een juridisch vraagstuk, waarvan de kosten flink kunnen afschrikken en waarin Oost Nl, provincie Overijssel en gemeente Deventer hebben gefaciliteerd. Soms bestaat de indruk dat bedrijven bij oplossingen voor netcongestie voor alle pijnpunten opdraaien. De private en publieke partners in deze coöperatie hebben ieder hun eigen invloed aangewend, financieel en organisatorisch.
Leeuw: “Op momenten dat het spannend werd hebben wij met de provincie en gemeente kunnen schakelen. Bijvoorbeeld toen Liander aangaf alleen pilots te doen in Gelderland, terwijl dit bedrijventerrein in Overijssel ligt. Of wanneer een pilot een experiment betekent, terwijl hier druk op de ketel was omdat een ondernemer continuïteit nodig heeft om zijn bedrijf te runnen.”
Standaard product
Op 5 september is machinefabriek Geurtsen als eerste actief op het A1 Bedrijvenpark Deventer. De anderen volgen in 2026. Met de GTO van deze coöperatie is er een nieuw standaard product op de markt gekomen, om bij een volgende hub naar verwachting sneller en tegen lagere kosten uit te kunnen rollen. “Het gaat niet vanzelf,” benadrukt Leeuw, “maar het gaat wel steeds makkelijker.”













