In veel pensioenovereenkomsten en -reglementen komen voorbehouden voor. Onder de oude Pensioen- en Spaarfonds¬enwet (PSW) kon een werkgever al een voorbehoud maken ten aanzien van de betaling van zijn pensioenpremie. Hij kon, en kan, dat voorbehoud niet maken voor de afdracht van de werknemersbijdrage in de totale pensioenpremie. Met de komst van de Pensioenwet (PW) in 2006 zijn de voorbehouden die een werkgever kan maken uitgebreid. Zoals de bevoegdheid om zónder instemming van de werknemer de pensioenovereenkomst te wijzigen.
In de praktijk wordt in een betalingsvoorbehoud meestal de ‘ingrijpende wijziging van omstandigheden’ genoemd. Het algemene voorbehoud tot wijziging van de pensioenovereenkomst kent meer variaties. Vaak is in een regeling opgenomen dat de werkgever betrokken werknemers en de uitvoerende verzekeraar zo spoedig mogelijk informeert als hij een beroep doet op een voorbehoud.
Maar al met al lijkt de werkgever aardig wat beleidsruimte te hebben om in te grijpen in de pensioenregeling. Vooral als in het algemene voorbehoud ‘zonder instemming van de werknemer’ is weggelaten. Staat dan de or, die instemming heeft gegeven aan de pensioenovereenkomst met voorbehouden voor de werkgever, buitenspel? Wat kan de or als verweer aanvoeren?
- De or is er indertijd tijdens het instemmingsproces niet over geïnformeerd dat de or in voorkomende gevallen geen instemmingsrecht toekomt. De or kan zich verweren met het argument dat dat niet passend is bij een belangrijke doelstelling van de Pensioenwet: het bevorderen van informatieverstrekking.
- Een voorgenomen besluit tot het verminderen of beëindigen van de premiebetaling door de werkgever, of het wijzigen van de pensioenovereenkomst, is een wijziging van een regeling met betrekking tot een pensioenverzekering. Het besluit is daarmee op grond van art. 27, lid 1 WOR instemmingsplichtig.
- Bij een voorgenomen besluit tot het verminderen of beëindigen van de premiebetaling door de werkgever: het gaat niet om een ingrijpende wijziging van omstandigheden zoals bedoeld in art. 12 PW. Gaat het volgens de or wél om een ingrijpende wijziging van omstandigheden, dan kan de or het WOR-instemmingsrecht claimen en op korte termijn z’n instemming verlenen.
- Bij een voorgenomen besluit tot wijziging van de pensioenovereenkomst: het voorbehoud heeft uitdrukkelijk betrekking op een wijziging zonder instemming van de werknemer. ‘Zonder instemming van de or’ kent de PW niet.
- Tot slot kan de or zeggen dat het belang van de werkgever niet zo zwaarwichtig is als hij doet voorkomen.
De or hoeft niet af te wachten tot de werkgever ingrijpt in de pensioenregeling:
- zoek in de pensioenovereenkomst de voorbehouden op en stel voor ze in lijn te brengen met de Pensioenwet;
- stel voor in de pensioenovereenkomst vast te leggen dat in voorkomende gevallen de or het WOR-instemmingsrecht claimt;
- bespreek belangrijke ontwikkelingen op pensioengebied en verbind daar gezamenlijk beleidsconclusies aan.












