Zonder draagvlak geen warmtenet

Zonder draagvlak geen warmtenet
Onderhoud aan een corporatiewoning in Tiel. Foto: ANP/Hollandse Hoogte/Ad Nuis.

Bij het aardgasvrij maken van woningen draait het niet alleen om techniek en geld, maar vooral om mensen. Dat merkte Niek Habraken van woningcorporatie Kleurrijk Wonen, na een bewonersavond die volledig mislukte. Sindsdien weet hij: draagvlak ontstaat niet met systeemtaal, maar met transparantie, gelijkwaardigheid en maatwerk. Door bewoners vroeg te betrekken en samen te rekenen aan kosten en keuzes, groeit het vertrouwen.

Dit weet je na het lezen van dit artikel:

  • Koppeling van het warmtetarief aan de kostprijs is beter dan koppeling aan de gasprijs.
  • Je moet heel laagdrempelig beginnen en níet vanuit de systeemwereld.
  • Als je elkaar gelijkwaardig benadert en openheid geeft, ontstaat vertrouwen.
  • ZLT-netten hebben de toekomt, onder meer omdat ze ook geschikt zijn voor koeling.

Bij het aardgasvrij maken van woningen kan er veel misgaan. Niek Habraken leerde het zelf met vallen en opstaan bij Kleurrijk Wonen. Deze woningcorporatie heeft vijftienduizend woningen in zes gemeenten rondom Culemborg, Tiel, Geldermalsen en Leerdam. Twee derde van die woningen zijn eengezinswoningen ofwel rijtjeswoningen. De rest bestaat vooral uit gestapelde woningen, van vier lagen met een trap.  

Om deze woningvoorraad aardgasvrij te maken, zijn de woningen allemaal 'na-geïsoleerd'. Kleurrijk Wonen is ook al een tijd bezig met de ontwikkeling van warmtenetten als één van de opties om van het gas af te komen. Daarbij spelen technische en financiële zaken een rol, maar volgens Habraken is de grootste vraag die woningbouwcoöperaties zichzelf stellen van sociale aard. “Hoe krijgen we huurders mee?” Die vraag kan hij inmiddels zelf al best goed beantwoorden.

Fouten maken

In 2019 organiseerde Kleurrijk Wonen een bewonersavond die volgens Habraken ‘helemaal fout’ ging. Die avond presenteerde de lokale energiecoöperatie de mogelijkheden van een warmtenet in de wijk, ontwikkeld samen met de gemeente en Kleurrijk Wonen. “Die coöperatie hield een fantastisch verhaal over techniek en financiën”, zegt Habraken. “Halverwege stond er een dame op die vroeg hoe ze dat allemaal gingen betalen. Zij had een eenoudergezin, een andere dame ook. Toen het antwoord luidde dat ze daar nog over gingen nadenken en praten, liepen die dames kwaad weg. En met hen de halve zaal.”  

Habraken en de anderen gooiden het verhaal om, zodat de volgende avonden begonnen met vragen als 'Wat leeft er?’, ‘Wie heeft er al iets gedaan?’ en ‘Wie is er bekend mee?’ “De tweede bewonersavond ging al beter. En de derde avond kregen we applaus.” Habraken leerde dat je heel laagdrempelig moet beginnen en níet vanuit de systeemwereld. “Dus niet over de impact en waarom het móet.” 

Er is ook aandacht nodig voor de relatie die huurders al hebben met woningcorporaties en andere instanties, zoals een gemeente. “Woningcoöperaties hebben wel eens fouten gemaakt, dat moet je erkennen. Met vijftienduizend woningen krijg je altijd te maken met klachten. Zo’n avond is niet bedoeld om het daar uitgebreid over te hebben. Maar je kunt die klachten wel inventariseren, doorverwijzen naar de servicebalie en er naderhand op terugkomen.”

Afsprakenkader

Een open houding is niet alleen belangrijk op initiële bewonersavonden, maar gedurende de hele ontwikkeling van een warmtenet. “Je moet mensen helpen, ontzorgen en vooral proberen zoveel mogelijk zekerheid te geven over lage kosten. Bewoners zijn vaak bezig met overleven. En ze willen niet afhankelijk zijn van een monopolist.” 

Habraken pleit daarom voor samenwerken gebaseerd op transparantie en vertrouwen. Dat klinkt misschien soft, maar Habraken heeft er ook hele praktische hulpmiddelen voor. Zo gebruikt hij vaak het afsprakenkader dat VNG en Aedes opstelden voor de 'Startmotor warmtenetten'. “Dat is een geweldige hulp om een gelijkwaardige relatie op te zetten. Er staat ook een rekenmodel in van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor het uitrekenen van een 'businessmodel'. Als je dat model gebruikt, kun je met z'n allen - gemeente, warmtebedrijf, woningcorporatie en bewonersafvaardiging - om tafel gaan zitten en aan knoppen gaan draaien. Dan kun je gezamenlijk verschillende scenario’s in beeld brengen en ontstaat er onderling draagvlak.” 

Daar is wel transparantie bij nodig. Dat is dan ook zijn belangrijkste tip voor alle ambtenaren en medewerkers van warmtebedrijven die een warmtenet willen ontwikkelen. “Weet wat je niet weet, ken je rol. En zorg voor gelijkwaardigheid. Als je meer weet dan de ander en dat ook etaleert en belangrijk vindt, gaat het fout. Maar als je elkaar gelijkwaardig benadert, erover praat en openheid geeft, ontstaat er vertrouwen. Marktpartijen hebben bijvoorbeeld rendement nodig. Daar moet je over kunnen praten. Hoeveel dan? Wat is redelijk? Het gaat niet alleen om de kosten, maar ook om een goed gevoel bij de kosten.”

Samen rekenen

Een van de afspraken in het kader is dat je vooraf een warmtetarief vaststelt, nog voordat je aan een ontwikkeltraject begint. Het gaat dan om de variabele kosten die bewoners betalen voor geleverde warmte. Als blijkt dat die te hoog worden, gaan de plannen niet door. Habraken: “Daar is dan geen discussie meer over. Vervolgens zijn er allemaal parameters waar je het wel over kunt hebben.” 

In het rekenmodel moeten de aansluitkosten na dertig jaar nul zijn. Dat zijn de eenmalige investeringskosten die woningeigenaren voor een aansluiting moeten betalen aan het warmtebedrijf. Woningbouwcoöperaties vergelijken die kosten vaak met wat zij kwijt zijn aan onderhoud en vervanging van cv-ketels, ongeveer elke vijftien jaar. Door aan verschillende knoppen te draaien, reken je met z'n allen toe naar de eenmalige aansluitkosten die alle woningeigenaren moeten betalen.  

Openheid

Een van de knoppen waar je aan kunt draaien, is bijvoorbeeld de isolatie van de leidingen. Habraken: “Als je leidingen neemt met een hoge isolatiewaarde, betaal je meer per meter. Minder goed geïsoleerde leidingen zorgen voor een hoger warmteverlies en dus een hoger warmtetarief. Wat ook meetelt is hoeveel mensen er vanaf het begin aansluiten, het zogeheten vollooprisico. Door het daar samen over te hebben, krijg je de openheid die nodig is.”  

Wat gaat meehelpen aan die openheid is de koppeling van het warmtetarief aan de kostprijs, zoals de nieuwe Warmtewet voorschrijft. Dat de tarieven tot nu toe werden gekoppeld aan aardgas, gaf soms rare situaties. Habraken: “Toen de prijzen van gas begin 2022 omhoog gingen, stegen ook de kosten voor alle warmtenetten. Zelfs al haalden ze hun warmte uit de bodem. Als je het hebt over vertrouwen... De 'kostprijsplusberekening' maakt de kosten niet lager, maar wel inzichtelijk.”

Maatwerk

Een andere succesfactor voor het ontwikkelen van een warmtenet is volgens Habraken maatwerk. Niet elke woning heeft dezelfde isolatie en hoeveelheid warmte nodig. De bovenste laag van gestapelde woningen en de hoekwoningen van rijtjeshuizen verliezen doorgaans meer warmte.  

Kleurrijk Wonen richt zich nu vooral op zeer lage temperatuurnetten (ZLT-netten), in combinatie met warmtepompen. Door de buitenleidingen stroomt water van 15 tot 20 °C. Een warmtepomp in de woning kan dat ophogen naar wat er in de woning nodig is, minimaal 50 °C. Een voordeel daarvan is dat je maatwerk kunt leveren. Denk aan meer warmtevraag in de bovenste verdieping van flats en hoekwoningen van rijtjeshuizen, die bijvoorbeeld water op 60 of 70 °C nodig hebben. Volgens Habraken zijn ZLT-netten in opkomst. 

Zeer lage temperatuur

Kleurrijk Wonen keek eerst vooral naar middentemperatuurnetten van 70 °C, met een grote buurtwarmtepomp centraal in de wijk. De woningcorporatie plaatst namelijk het liefst zo min mogelijk techniek in de woning. Een groot nadeel van ZLT-warmtenetten is dat elke woning een warmtepomp nodig heeft. Ook voor tapwater, en om het water eens per week te verwarmen tot 65 °C tegen legionellavorming.  

Maar de voordelen zijn volgens Habraken groter. Een ZLT-warmtenet kan bijvoorbeeld ook zorgen voor koeling in de zomer. En er zijn veel bronnen voorhanden voor water op lage temperatuur. De aanleg van de niet-geïsoleerde leidingen is bovendien relatief goedkoop en flexibel. Er is daarom minder vollooprisico, omdat individuele woningen ook later kunnen aansluiten.  

De warmtepompen die bij ZLT-netten nodig zijn, zijn overigens water/water-warmtepompen (in plaats van een lucht/water-warmtepompen). Zij gebruiken het warmtenet als warmtebron en niet de buitenlucht. Daardoor hebben ze dus ook geen ‘buiten-unit’ nodig. Voor de benodigde energie kunnen eigen zonnepanelen als bron dienen en hoeft een woning niet tot op het allerhoogste niveau geïsoleerd te zijn.  

Dat is handig voor Kleurrijk Wonen, want veel van hun woningen zijn vlak na de oorlog gebouwd en in de afgelopen periode 'na-geïsoleerd' tot energielabel A, B of C. Nog eens 'na-isoleren' is niet efficiënt.

Katja Keuchenius schrijft als freelance journalist vooral over duurzame innovatie en circulaire economie. Ze interviewt mensen die de samenleving slimmer en verantwoorder willen organiseren. Ze volgde daarvoor de bachelor Algemene Sociale Wetenschappen en de master Journalistiek en Media aan de Universiteit van Amsterdam. Naast Entra publiceert Katja in onder meer Vrij Nederland, Binnenlands bestuur, Down to Earth magazine en Dagblad Trouw.

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.